Natuur en Landschap

In de bossen

Hoewel ze als eenvormige productiebossen zijn aangelegd, hebben veel bossen zich inmiddels ontwikkeld tot interessante ecosystemen. Met het ouder worden van het bos en gericht beheer komt er geleidelijk meer variatie, zowel in boomsoorten als in de ruimtelijke opbouw.

Staande en liggende dode bomen zijn habitat en voedselbron voor insecten, vogels, varens en paddenstoelen. Er is steeds meer ruimte voor inheemse boomsoorten zoals berk, eik en beuk. Roofvogels zoals havik en buizerd zijn in de bossen van de Heuvelrug goed vertegenwoordigd en op sommige plaatsen is de raaf te horen.

Spechten, vleermuizen en boommarters profiteren van holtes in oude bomen. Ree en vos zijn vaste bewoners van het gebied, en de populatie dassen breidt zich gestaag uit. In de kruidlaag van de bossen komen onder andere blauwe bosbes en klaverzuring voor.

In de oudere en nattere bossen vinden we hulst, dalkruid en hengel; in sommige hellingbossen ook bosanemoon. In de hellingbossen op de overgangen naar de uiterwaarden groeien onder andere bosanemoon, kardinaalsmuts, slangenlook en maarts viooltje.

Gerelateerde nieuwsberichten
> 2011 Kijk op de Heuvelrug (jan) - Leren in bosreservaat Galgenberg

Heide, vennen en stuifzanden

Naast de bossen komen er in het Nationaal Park relatief veel heideterreinen, vennen en stuifzanden voor. Langs de Leersumse Plassen liggen de natte heidevelden met dopheide, grote wolfsklauw, zonnedauw en klokjesgentiaan. In het Kombos in Maarsbergen vind je hier en daar gagel, een struik van de nattere zandgronden met heerlijk ruikende knoppen. Op Breeveen bij Leersum en de Remmerdense Heide bij Rhenen groeit vooral struikheide. In de zomer hoor je er de boomleeuweriken.

 

De schrale bodem is het domein van de zandhagedis, hazelworm en bijzondere insecten, waaronder loopkeversoorten. Aan de randen van het stuifzand vinden we korstmossen, zandzegge en buntgras. De voormalige akkers van Plantage Willem III bij Rhenen ontwikkelen zich onder invloed van begrazing tot soortenrijk schraalland. De ecopassage onder de N225 verbindt het natte en rijke begrazingsgebied van de uiterwaarden met het droge ecosysteem van de stuwwal.

De vennen, natte heidevelden, poelen en de voormalige eendenkooi in het Kombos zijn de biotoop van de amfibieën en reptielen. Van de vijftien soorten die in Nederland voorkomen leven er acht in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, waaronder de ringslang en de rugstreeppad.

Graslanden

Naast kasteel Amerongen liggen cultuurgronden die traditioneel beweid worden. Het grootste deel van de Amerongse Bovenpolder wordt gevormd door 'wilde riviernatuur'. Jaarrondbegrazing door paarden en runderen en de periodieke overstromingen zijn de processen die het landschap vormgeven. Rond 2000 is er een zogenaamd kwelmoeras aangelegd. Dat moeras wordt gevoed met regenwater dat in de zandige heuvelrug valt en na een heel lange tijd als schoon water aan de randen van de stuwwal naar buiten sijpelt.

De afgelopen tijd is er een spectaculaire vogelrijkdom ontstaan met o.a. blauwborsten, slobeend, grote karekiet en watersnip. In het westelijk deel van de Bovenpolder broeden ook patrijs en kwartelkoning. Zo nu en dan worden er zelfs de vis- en zeearend waargenomen.

 

print