Interview met Julia Boswinkel van Natuurmonumenten over bosonderhoud en onderzoek

Door: Marjolein van Unen

Tegen de tijd dat het najaar begint valt het op dat er bomen zijn met allerlei verschillende tekens in verschillende kleuren. Wat betekenen deze tekens en kleuren? We bespreken het met Julia Boswinkel, Boswachter Communicatie & Beleven bij Natuurmonumenten Utrecht.

Ruiterpaden in de Kaapse Bossen

In de Kaapse Bossen van Natuurmonumenten ligt zo’n 8,5 kilometer aan paardenpad. Deze paden zijn onderdeel van het routenetwerk van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Aan de Hoogstraat is een parkeerplaats aangelegd waar paardentrailers welkom zijn. Er kunnen er niet veel staan, maar voor 2 a 3 is er zeker plek. Gelijk bij de parkeerplaats vind je knooppunt 59 van het netwerk en kan je te paard naar 55 of 53 rijden.

De Kaapse Bossen zijn nogal heuvelachtig, vanaf de parkeerplaats klim je een aardig stuk omhoog te paard en kom je door een mooi perceel met veel markeringen. Deze markeringen zijn voorbereidingen voor bosomvorming. Die is nodig om de kwaliteit van het bos hoog te houden en de opengestelde paden veilig.

Blessen

De bomen in het oostelijke deel van de Kaapse Bossen hebben stippen of een andere markering gekregen. Dit noemen we ‘blessen’. Door de markering op de bomen weten we wat er met welke boom moet gebeuren. Op dit moment helpt het bij de voorbereiding van bosomvorming.

 

Het bos-alfabet

 

De oorsprong van deze blestekens is de eerste Nationale Strependag (in 2012) op Landgoed Den Treek-Henschoten in Leusden, een initiatief van de Nederlandse blessers. Hoewel het woord ‘blessen’ oorspronkelijk betrekking heeft op het afschampen van een stuk bast van een boom, waardoor er een stukje blank hout zichtbaar wordt, wordt dit woord in de nieuwe methode nog steeds gebruikt. De spuitverf wordt ‘blesverf’ genoemd en de bediener daarvan is een ‘blesser’. Op de afbeelding hierboven zie je een voorbeeld van hoe blestekens gebruikt worden.

Bosomvorming

Bij bosomvorming veranderen we een uniform uitheems bos naar een natuurlijk inheems bos. Inheemse bossen bestaan uit boomsoorten die van nature hier thuishoren. In uitheemse bossen staan juist soorten die hier niet thuishoren. Uiteindelijk bieden inheemse bossen een betere leefomgeving voor de dieren en planten die hier thuishoren. Daarom willen we deze soorten weer graag de ruimte geven.

Ook in de Kaapse bossen is dit het geval. De komende jaren werken we hier toe naar een natuurlijker, biodivers bos vol leven. Dat betekent meer ruimte voor inheemse soorten en minder voor exoten. Komend jaar gaan we daarom bomen vellen die in de weg staan van inheemse soorten. Zo krijgen inheemse soorten meer ruimte. Ook maken we open plekken voor natuurlijke bosverjonging van gewenste soorten. Dood hout laten we liggen; dit is goed voor de biodiversiteit. Goed hout dat overblijft, verkopen we. Zo krijgt het een tweede leven, en de opbrengst komt weer ten goede aan de natuur.

Overigens betekent dit niet dat Natuurmonumenten met alle gemarkeerde bomen iets gaan doen. Het blessen is een eerste inventarisatie geweest en de komende tijd maakt Natuurmonumenten een definitief plan.

In de Kaapse Bossen tussen Doorn en Leersum wordt ook onderzoek gedaan naar bodemverzuring. Daar lees je meer over bij Natuurmonumenten.

Het is de verantwoordelijkheid van de koper van de bomen om de paden weer netjes te maken. Er wordt een opleverronde gedaan, samen met de aannemer en terreineigenaar wordt gekeken hoe het terrein is achtergelaten en of dat akkoord is. Soms kan herstel van de paden pas op een later tijdstip plaatsvinden, omdat het te nat is.