PhD-studenten uit heel Europa denken mee over duurzame mobiliteit in Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

Hoe kunnen sectoren zoals toerisme en mobiliteit beter samenwerken om duurzame alternatieven naar natuurgebieden te realiseren? Met die vraag gingen PhD-studenten aan de slag tijdens een internationale bijeenkomst van het Europese doctoraal training netwerk SUNSET. 

SUNSET is een Europees doctoraal training netwerk dat zich richt op innovatieve onderzoeks- en opleidingscapaciteit rondom de rol van steden en universiteiten in de groene en digitale transitie van Europa. In Stavanger, Noorwegen werkten de PhD-studenten samen aan een praktijkcase ingebracht door Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Centraal stond de uitdaging hoe ambities voor duurzame recreatieve mobiliteit kunnen worden omgezet in concrete acties.  

Van ambitie naar uitvoering

De focus lag op het ontwikkelen van een effectieve governance-structuur die verschillende beleidsniveaus en sectoren met elkaar verbindt. De studenten onderzochten hoe we de kloof tussen beleid en praktijk kunnen overbruggen door middel van zogenoemde multi-level governance. 

Samenwerking, afstemming en gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen overheden, kennisinstellingen, mobiliteitspartners en toeristische organisaties spelen daarbij een belangrijke rol. Juist die samenwerking is essentieel om duurzame mobiliteit naar natuurgebieden toekomstbestendig te maken. 

De studenten leverden een policy brief (Engels) op met aanbevelingen voor het versterken van samenwerking tussen stakeholders. De aanbevelingen bieden handvatten voor Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug om duurzame recreatieve mobiliteit verder te ontwikkelen en ambities daadwerkelijk om te zetten in uitvoering. 

Project MONA: duurzame recreatieve mobiliteit

Deze PhD-studentenopdracht vond plaats in het kader van MONA, een internationaal samenwerkingsproject binnen het Interreg-programma Noordwest-Europa. MONA richt zich op duurzame, natuurgerichte mobiliteit en recreatie in natuurgebieden. Het project, met partners uit Nederland, België, Duitsland en Frankrijk, loopt sinds midden 2023 tot eind 2027.

Onderzoeks- & Onderwijshub Utrechtse Heuvelrug

Het onderzoek door de PhD-ers werd gefaciliteerd door de Onderzoeks- en Onderwijshub Utrechtse Heuvelrug. Binnen deze hub werken wetenschappers, studenten en stakeholders aan relevante vraagstukken uit de onderzoeksagenda van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, om zo bij te dragen aan de bescherming, het behoud en de ontwikkeling van natuur, landschap en erfgoed.  

Ontdek met jouw scholieren biodiversiteit: Schrijf je nu in voor schooljaar 2026-2027

Deze zomer gaat het gratis lesprogramma Biodiversiteit Dichtbij van start. Op 13 en 14 juli 2026 is De Amersfoortse Berg de eerste school die met zeven derde klassen hun schooljaar afsluiten door een hele dag te duiken in biodiversiteit. Ze bezoeken Landgoed Den Treek-Henschoten in Leusden om onderzoek te doen en krijgen ook een rondleiding van de beheerder zelf. 

Ambassadeur en onderzoeker voor een dag

In groepjes worden leerlingen een dag lang ambassadeur van hun eigen soort (bijvoorbeeld een plant, vogel of paddenstoel) en onderzoeken ze hoe het met die soort gaat in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrugen welke factoren daarbij een rol spelen. Ze leren over de relaties tussen soorten, maken kennis met wetenschappelijk onderzoek en verwerken alles terug op school tot een poster met bevindingen én aanbevelingen voor de toekomst. Geen passieve toeschouwers in een klaslokaal, maar actieve onderzoekers. 

Het programma is gratis, volledig begeleid en sluit aan op de kerndoelen voor biologie, maar werkt ook goed als jaarafsluiting of project.

Begeleiding tijdens het lesprogramma

De begeleiding is in handen van enthousiaste biologiestudenten die niet alleen kennis delen, maar ook hun passie voor de natuur, en dat werkt aanstekelijk. De studenten zijn er helemaal klaar voor en volgden hiervoor een korte opleiding. Deze vond plaats op 10 juni rond natuurgebied de Driehoek op het Utrecht Science Park.

Start op ieder moment

Biodiversiteit Dichtbij is vanaf schooljaar 2026-2027 doorlopend beschikbaar voor jaar 2-3 havo/vwo voor scholen in en rondom de Utrechtse Heuvelrug. Aanmelden voor volgend schooljaar kan nu al. Het programma is ontwikkeld door Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, Universiteit Utrecht, met ondersteuning van IVN Natuureducatie.

Meld jouw klas aan 

Wil jij met jouw klas in schooljaar 2026-2027 ook een dag alles leren over biodiversiteit en op onderzoek doen in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug? Meld je klas of school dan nu aan via np-utrechtseheuvelrug.nl/les-biodiversiteit-dichtbij of neem contact op via jaraschrandt@npuh.nl voor de mogelijkheden.

 

Station Baarn is de eerste Buitenpoort op de Utrechtse Heuvelrug

Vanaf vandaag is station Baarn officieel de eerste Buitenpoort op de Utrechtse Heuvelrug. Treinreizigers worden er direct verwelkomd in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug, met routeinformatie, een beeldende uitstraling en reeënsporen die letterlijk de natuur in wijzen. 

De feestelijke opening vond plaats in aanwezigheid van wethouder Mark Eijbaard (gemeente Baarn), gedeputeerde André van Schie (provincie Utrecht), NS-regiodirecteur Irma Winkenius en Froukje Bekius namens Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Na de officiële opening wandelden de aanwezigen onder begeleiding van Staatsbosbeheer door het Baarnse Bos om de verbinding tussen station en landschap zelf te ervaren. 

Wat is een Buitenpoort? 

Een Buitenpoort is een herkenbare toegangspoort tot natuur-, recreatie- en cultuurlandschappen. Via een passende uitstraling, informatie over wandel- en fietsroutes en duidelijke bewegwijzering worden bezoekers al vanaf het perron de natuur in geleid. Het concept werd eerder succesvol uitgerold bij station Bussum Zuid, gelegen aan het Goois Natuurreservaat. Ook in Castricum en Nunspeet zijn Buitenpoorten in ontwikkeling. 

Buitenpoort Baarn: van perron naar bos 

Op station Baarn is de nieuwe identiteit direct zichtbaar: het Buitenpoort-logo siert de gevel van de nieuwe fietsenstalling en grote foto’s van de omgeving begeleiden reizigers door de stationstunnel richting de bosuitgang. Vanaf daar leiden reeënsporen naar een lessenaar met route-informatie voor wandelaars en fietsers. 

Baarn is een uitstekende uitvalsbasis voor de Utrechtse Heuvelrug, met statige bomenlanen, uitgestrekte heide en het Baarnse Bos. Op fiets- of loopafstand liggen bijzondere bestemmingen als Kasteel Groeneveld, Lage Vuursche, Paleis Soestdijk en het Pluismeer. 

Station Baarn is een natuurlijk voorbeeld van een Buitenpoort. Vanaf het station sta je zo in het Baarnse Bos en ontdek je bijzondere plekken als Kasteel Groeneveld, Lage Vuursche en Paleis Soestdijk. Met de trein reis je comfortabel en duurzaam naar deze parels. Je kan de auto dus gerust thuislaten!” — Mark Eijbaard, wethouder gemeente Baarn

Duurzaam recreatief bezoek 

Voor Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is de Buitenpoort een concrete stap in het verduurzamen van recreatief bezoek aan het park en het verminderen van recreatiedruk.

Net als de natuur beperkt duurzame mobiliteit zich niet tot gemeentegrenzen. Juist door de samenwerking tussen overheden, vervoerders en natuurorganisaties kunnen we bezoekers verleiden om de Utrechtse Heuvelrug vaker met het openbaar vervoer te ontdekken,” aldus projectmedewerker duurzame mobiliteit Froukje Bekius.

De Buitenpoort is tot stand gekomen in samenwerking tussen Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, NS, provincie Utrecht, ProRail, gemeentes op en rondom de Utrechtse Heuvelrug en terreinbeherende organisaties.

Onderdeel van Europees project MONA 

De uitrol van Buitenpoorten op de Utrechtse Heuvelrug maakt deel uit van MONA, een internationaal samenwerkingsproject binnen het Interreg-programma Noordwest-Europa. MONA richt zich op duurzame, natuurgerichte mobiliteit en recreatie in natuurgebieden, met partners in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Het project loopt van medio 2023 tot eind 2027. Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is een van de Nederlandse partners. 

Meer informatie: www.npuh.nl/buitenpoorten 

 

Theatercollege 29 juni: ‘Wilde buren – van Heuvelrug tot Achtertuin’ 

Hoe rijk is de natuur eigenlijk in jouw eigen omgeving? Tijdens een inspirerend theatercollege nemen experts en natuurliefhebbers bezoekers mee in de verrassend soortenrijke wereld van de natuur dichtbij. Van wildlife monitoring op de Utrechtse Heuvelrug tot een soortensafari in de eigen buurt: deze avond staat volledig in het teken van biodiversiteit, ontdekking en verwondering.

Praktische informatie
Locatie: Theater Figi, Zeist
Datum: Maandag 29 juni 2026
Tijd: 19.30 – 21.30 uur
Kaarten: €7,50 per persoon, te bestellen via: Wilde Buren Van Heuvelrug Tot Achtertuin | Figi

Het programma en de sprekers

Onder begeleiding van burgemeester Joyce Langenacker van Zeist krijgen bezoekers een kijkje achter de schermen van natuuronderzoek. Onderzoeker Laurens Dijkhuis vertelt over wildlife monitoring en hij neemt bezoekers mee in het verhaal van dieren die leven in een landschap dat ze samen met mensen delen.  

Vervolgens neemt natuurfotograaf en soortenkenner Luc Hoogenstein het publiek mee op tuinsafari. Aan de hand van inspirerende voorbeelden laat hij zien hoeveel bijzondere soorten er dicht bij huis te ontdekken zijn en hoe soortenrijke (Heuvelrug)tuinen een belangrijke bijdrage leveren aan biodiversiteit. 

Bekendmaking winnaar Soorten Challenge 2026 

Het theatercollege vormt tevens de feestelijke afsluiting van de Soorten Challenge 2026 van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Een van de hoogtepunten van de avond is de bekendmaking van de winnaar van de award voor de ‘Meest biodiverse gemeente van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug 2026’. Welke gemeente wist de meeste soorten te registreren en mag zich een jaar lang de meest biodiverse gemeente van het nationaal park noemen? 

Daarnaast vindt tijdens de avond de overdracht van het beschermheerschap van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug plaats. 

Afsluiting met borrel 

Na een avond vol inspirerende verhalen, nieuwe inzichten en bijzondere natuurontdekkingen wordt gezamenlijk teruggeblikt tijdens een gezellige borrel in de foyer. Bezoekers krijgen hier de gelegenheid om na te praten, nieuwe contacten te leggen en samen te proosten op de rijkdom van de natuur in de eigen leefomgeving. 

Buitenpoorten komen naar de Utrechtse Heuvelrug

Wie straks uitstapt bij een Buitenpoort snapt gelijk: vanaf dit station ben je zo in de natuur! Dierensporen in de omgeving, informatie over wandel- en fietsroutes en een sfeer die past bij een uitstapje in de natuur. Station Baarn wordt vanaf 10 juni de eerste Buitenpoort op de Utrechtse Heuvelrug.

Wat is een Buitenpoort?

Buitenpoorten zijn OV-knooppunten die direct grenzen aan natuur-, recreatie- of cultuurlandschappen. Het zijn de toegangspoorten tot het landschap. Door slimme inrichting en bewegwijzering worden bezoekers vanaf het station geleid naar omliggende wandel- en fietsroutes. Met Buitenpoorten motiveren we bezoekers om met de trein te reizen en de auto te laten staan.  

Buitenpoorten op de Utrechtse Heuvelrug

Sinds de coronapandemie zijn bezoekersaantallen in natuurgebieden enorm toegenomen. Om bezoekers te motiveren vaker het openbaar vervoer te kiezen, worden meerdere stations op de Utrechtse Heuvelrug een Buitenpoort. Doordat veel bezoekers vaak met de auto komen, staat de natuur onder druk door onder andere hoge CO2-uitstoot en geluidsoverlast. 

De eerste Buitenpoort op de Utrechtse Heuvelrug is station Baarn. De aanpassingen op dit station worden vanaf juni zichtbaar: van reeënsporen die je de natuur in leiden tot prachtige foto’s van de omgeving in de stationstunnel. 

Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug werkt hiervoor samen met NS, Provincie Utrecht, ProRail, gemeenten op en rond de Utrechtse Heuvelrug en terreinbeherende organisaties, zoals Staatsbosbeheer aan de ontwikkeling van Buitenpoorten op en rondom de Utrechtse Heuvelrug.  

Zo ontstond het concept 

In 2019 startte een pilot op station Santpoort Noord, gelegen aan Nationaal Park Zuid-Kennemerland.  Het station werd een half jaar lang in een Buitenpoort-jasje gehesen. Bezoekers werden met de aankleding verleid om met de trein naar de natuur te reizen. De pilot was een samenwerking van de provincie Noord-Holland, NS, Metropoolregio Amsterdam, gemeente Velsen en Nationaal Park Zuid-Kennemerland. 

De ervaringen met de pilot op tijdelijke Buitenpoort Santpoort Noord zijn ingezet om station Bussum Zuid als eerste station in te richten als officiële Buitenpoort. Dit station ligt direct aan het Goois Natuurreservaat. 

Er zijn nog meer Buitenpoorten in ontwikkeling in Nederland, zoals Buitenpoort Castricum en Buitenpoort Nunspeet. 

Project MONA 

De uitrol van Buitenpoorten op de Utrechtse Heuvelrug maakt deel uit van MONA, een internationaal samenwerkingsproject binnen het Interreg-programma Noordwest-Europa. MONA richt zich op duurzame, natuurgerichte mobiliteit en recreatie in natuurgebieden. Het project, met partners uit Nederland, België, Duitsland en Frankrijk, loopt sinds midden 2023 tot eind 2027. Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is een van deze partners. 

Meer informatie op: www.npuh.nl/buitenpoorten

 

Omslagfoto door: Floris Leeuwenberg

Volkstuinvereniging De Doordouwers wordt 19e Zusterpark van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

Tijdens het lustrumfeest ter viering van het 20-jarig jubileum is volkstuinvereniging De Doordouwers officieel benoemd tot het 19e Zusterpark van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Wethouder Linda Voortman en Melissa de Raaij, namens het Nationaal Park, onthulden een bord waarmee de benoeming werd bezegeld. Aansluitend reikte de wethouder de Speld van de Stad Utrecht uit aan verenigingssecretaris Annelies van Roosmalen, als erkenning voor haar grote verdiensten voor De Doordouwers en de Utrechtse wijk Overvecht.

   

TV de Doordouwers 

De volkstuinvereniging ligt aan de Gageldijk, tussen het Noorderpark en Tuincentrum Steck. Sinds 2006 wordt er getuinierd op grond van Staatsbosbeheer. De leden komen voornamelijk uit het naastgelegen Overvecht. Ze komen er niet alleen om groenten en bloemen te kweken, maar ook om elkaar te ontmoeten. Sommige leden zetten zich actief in om buurtbewoners via het tuinieren uit huis te krijgen en met anderen in contact te brengen. 

Bestuurslid Meindert Witvliet: “Wij vinden het belangrijk om via het tuinieren bij te dragen aan een groene leefomgeving. We zijn blij dat we nu Zusterpark zijn, om zo met andere stadsparken een groene verbinding met Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug te maken.” 

Zusterparken 

De Zusterparkenbeweging verbindt groen en natuur in en om de stad, met als doel samen één groot park te vormen. Sinds 2019 zetten Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en de aangesloten Zusterparken zich in voor de groei van stedelijk groen. De beweging groeit: inmiddels zijn er 14 Zusterparken in de gemeente Utrecht, 4 in Amersfoort en 1 in Veenendaal. 

Melissa de Raaij van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug: “Plekken als die van De Doordouwers zijn belangrijke groene stapstenen in de stad voor natuur én mens. Deze plek vormt letterlijk een schakel tussen de stad en het Nationaal Park, dat sinds kort aan de stad Utrecht grenst.” 

Met de toetreding van De Doordouwers groeit de groene verbinding tussen de Utrechtse wijken en het Nationaal Park verder. Meer informatie over de Zusterparken: www.np-utrechtseheuvelrug.nl/zusterparken 

Eerste deelfiets-hub voor recreatief gebruik op de Utrechtse Heuvelrug geopend

De deelfiets pakken wordt steeds makkelijker! We creëren herkenbare plekken waar je de Voi-deelfiets kunt nemen in het noordelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug. Afgelopen vrijdag 22 mei werd het deelfietsensysteem in de regio Gooi- en Vechtstreek geopend.

Duurzaam vervoer

Vanuit Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug dragen we graag bij aan duurzamer vervoer naar en betere bereikbaarheid van het park. Daarom maken we meerdere herkenbare plekken met fietsenstalling voor de deelfiets in het gebied (hubs) voor recreatief gebruik. Tijdens de lancering werd onze eerste fysieke recreatieve hub geopend bij Kasteel Groeneveld in Baarn. De locatie voor de hub is beschikbaar gesteld door de terreinbeheerder van deze locatie, Staatsbosbeheer. Andere hubs op de Heuvelrug worden dit jaar in de zomer aangelegd.

Project MONA

De aanleg van de recreatieve hubs maakt deel uit van MONA, een internationaal samenwerkingsproject binnen het Interreg-programma Noordwest-Europa. MONA richt zich op duurzame, natuurgerichte mobiliteit en recreatie in natuurgebieden. Het project, met partners uit Nederland, België, Duitsland en Frankrijk, loopt sinds midden 2023 tot eind 2027. 

De deelfietsen van Voi

Sinds april 2026 worden er (elektrische) deelfietsen van Voi Technology geplaatst op verschillende plekken in onder andere de gemeentes Hilversum, Soest, Baarn en Amersfoort. In totaal worden er 800 fietsen over het gebied verspreidt. De deelfiets is ideaal voor het laatste stukje vanaf treinstation of bushalte naar de natuur.  

Naast onze hubs voor recreatief gebruik zijn er nog veel meer plekken waar je een deelfiets kan ophalen of stallen in de omgeving. Deze vind je in de Voi-app. 

Samenwerking

Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug werkt samen met gemeente Soest, gemeente Hilversum, gemeente Baarn en provincie Utrecht aan dit project. Wij zijn binnen dit project verantwoordelijk voor de plaatsing en het onderhoud van de fietshubs.   

Sfeerverslag Blauwe Agenda Symposium 19 mei 2026

Tijdens het symposium Blauwe Agenda stond de impact van klimaatverandering op het watersysteem van de Utrechtse Heuvelrug centraal. Langere periodes van droogte en tegelijkertijd hevigere neerslag zorgen voor nieuwe uitdagingen op het gebied van waterbeheer. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol, omdat zij beleid, ruimtelijke ontwikkeling en uitvoering met elkaar verbinden. Onderzoeksresultaten, praktijkervaringen en mogelijke oplossingsrichtingen gedeeld. Daarnaast was er veel aandacht voor samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en andere gebiedspartners. Het symposium bracht beleidsmedewerkers, klimaatspecialisten, waterspecialisten, planologen en andere professionals samen die werken aan klimaatadaptatie, waterbeheer en gebiedsontwikkeling.

 

Workshop 1 – Afkoppelen en infiltreren

In deze workshop stond de toenemende grondwaterproblematiek centraal. Door klimaatverandering nemen zowel droge perioden als hevige regenbuien toe. In 2023 en 2024 ontstond daardoor hevige grondwateroverlast. Onderzoek van Tauw, uitgevoerd voor de Blauwe Agenda, bracht de gebieden in kaart waar de risico’s op grondwateroverlast in de toekomst het grootst zijn. Daarbij is gekeken naar verschillende factoren, zoals storende bodemlagen, toestromend grondwater en de inrichting van het watersysteem.

Een belangrijk inzicht uit de workshop was dat achterstallig onderhoud van sloten op grond van particulieren een grote rol speelt bij grondwateroverlast. Verbetering van onderhoud aan sloten en afwateringssystemen kan daarom al een belangrijk deel van de problematiek verminderen. Tegelijkertijd werd gekeken naar de mogelijkheden van infiltratie als maatregel om juist droogte tegen te gaan. Daarbij werd geconcludeerd dat infiltratie wel effect heeft, maar dat de bijdrage aan de totale grondwateroverlastopgave beperkt blijft en sterk afhankelijk is van de lokale situatie. Tijdens de sessie werd besproken dat droogte en wateroverlast vaak in dezelfde gebieden plaatsvinden, maar op verschillende momenten in het jaar. Daarnaast kwam de vraag aan bod welke effecten verbeterde afwatering van sloten heeft . Daarbij werd aangegeven dat oplossingen vaak maatwerk vragen, bijvoorbeeld door het toepassen van regelbare stuwen. Door regelbare stuwen toe te passen kan zoveel mogelijk water worden gespaard voor droge tijden en wordt alleen bij hele natte omstandigheden water afgevoerd.

Een praktijkvoorbeeld uit Soest liet zien dat afkoppelen op gemeentelijk niveau wel degelijk significante effecten kan hebben, al verschillen die effecten sterk per locatie. In de interactieve onderdelen benadrukten deelnemers het belang van bewonersparticipatie, duidelijke communicatie met praktijkvoorbeelden en het combineren van infiltratie met goede afwatering. Ook werd de relatie tussen waterbeheer, bomen en groen nadrukkelijk genoemd als belangrijk aandachtspunt.

 

Workshop 2 – Gezuiverd effluent

Tijdens deze workshop van het symposium Blauwe Agenda werd verkend hoe nagezuiverd effluent kan bijdragen aan de toekomstige drinkwatervoorziening. Aanleiding is de verwachting dat rond 2030 een tekort ontstaat. HDSR onderzoekt daarom het hergebruik van effluent van RWZI Zeist, dat in de toekomst vergaand wordt gezuiverd en geschikt gemaakt zou kunnen worden voor herinzet.
De Utrechtse Heuvelrug werd besproken als mogelijke infiltratielocatie vanwege de rol als natuurlijke watertoren. Historische gegevens tonen dat grondwaterstanden sinds de jaren zeventig sterk zijn gedaald. Hoewel er recent enige vernatting optreedt, is dit onvoldoende om eerdere verdroging te compenseren, daarnaast zijn er ook toenemende klimaatextremen. Verschillende infiltratieopties zijn besproken. Infiltratie nabij de RWZI Zeist kan de grondwaterstand verhogen en drinkwaterwinningen beïnvloeden. Andere locaties, zoals Soestduinen, laten zien dat water deels wegstroomt en minder lokaal effect heeft. Ook technische varianten zoals diepe injectie en oppervlakkige infiltratie zijn verkend. De discussie benadrukte belangrijke afwegingen. Er zijn kansen voor waterbeschikbaarheid en droogtebestrijding, maar ook zorgen over waterkwaliteit, ecologische effecten en publieke acceptatie. Alternatieven zoals directe drinkwaterproductie, industriële hergebruik en bronaanpak kwamen eveneens aan bod. Conclusie is dat verdere uitwerking van een businesscase en value case nodig is. De workshop leverde vooral inzichten op; concrete infiltratielocaties zijn nog niet vastgesteld.

 

Workshop 3 – Flexibel winnen

Lieke van der Sanden en Nikki Blaauwbroek van Vitens verzorgden een workshop over flexibel winnen. Daarbij stond de vraag centraal hoe drinkwaterwinningen flexibeler ingezet kunnen worden om zowel verdroging als grondwateroverlast te beperken, zonder de totale drinkwaterproductie te verminderen. Er is onderzoek gedaan naar het concept met als doel: in welke mate kunnen flexibele winconcepten worden toegepast om verdroging van natuur en/of grondwateroverlast in stedelijk gebied te verminderen op vergunde winhoeveelheden?
Tijdens de workshop werden drie vormen van flexibel winnen toegelicht. Bij horizontaal schakelen wordt op de stuwwal in de zomer meer water gewonnen en in de winter minder, terwijl dit in lager gelegen gebieden juist andersom gebeurt. Bij verticaal schakelen wordt gewisseld tussen diepe en ondiepe watervoerende pakketten. Het derde concept, de “wateraccu”, gebruikt de Utrechtse Heuvelrug als opslaglocatie.Hierbij is sprake van infiltratie (verschillende bronnen), variërend in de tijd (meer in tijden van overschot). En er is sprake van het (terug)winnen van grondwater naar behoefte (dus min of meer constant in de tijd).
Uit het onderzoek blijkt het volgende:
  • Flexibele win-concepten bieden mogelijkheden om verdroging of grondwateroverlast op de Utrechtse Heuvelrug te verminderen;
  • Het relatief traag reagerende hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug zorgt er voor dat flexibel winnen als maatregel kansrijk is om op seizoensmatige wijze in te zetten, maar niet geschikt is om snel te reageren op veranderende weersomstandigheden;
  • Uit de modelberekeningen is geconcludeerd dat het meestal niet haalbaar lijkt om gelijktijdig zowel verdroging te verminderen als grondwateroverlast te beperken;
  • Aan de voet van de stuwwal, met name rond de winningen Bilthoven, Beerschoten en Zeist, zijn met flexibel winnen duidelijke positieve effecten te realiseren. Soestduinen ligt op de stuwwal en kan goed ingezet worden als wateraccu of met horizontaal schakelen om elders positieve effecten te realiseren voor verdroging en/of grondwateroverlast (zoals bij Bilthoven, Beerschoten en Zeist).
  • In de afsluitende discussie benadrukten deelnemers het belang van zuinig watergebruik en slim hergebruik van water. Daarnaast werden zorgen geuit over de kwaliteit van water dat in een wateraccu terechtkomt en over kleinere bestaande onttrekkingen die nog onvoldoende in beeld zijn gebracht.

 

Conclusie

Het symposium maakte duidelijk dat de wateropgaven op de Utrechtse Heuvelrug complex zijn en vragen om samenwerking tussen verschillende partijen. In alle workshops kwam naar voren dat klimaatverandering leidt tot grotere extremen in droogte en neerslag, waardoor traditionele oplossingen niet altijd meer voldoende zijn.
De besproken thema’s — afkoppelen en infiltreren, hergebruik van gezuiverd effluent en flexibel winnen — laten zien dat er verschillende mogelijkheden zijn om het watersysteem robuuster te maken. Tegelijkertijd vragen deze oplossingen om zorgvuldige afwegingen op het gebied van techniek, ecologie, waterkwaliteit en draagvlak. Een belangrijke rode draad tijdens het symposium was het belang van lokaal maatwerk. De effecten van maatregelen verschillen sterk per locatie en vragen om een integrale benadering.